Zoekveld

Competenties

Om het werk in het wijkteam uit te kunnen voeren heb je vakkennis en competenties nodig. Idealiter beschikt een wijkteammedewerker over de volgende tien competenties:

1. Verheldert vragen en behoeften
2. Versterkt eigen kracht en zelfregie
3. Werkt outreachend: is zichtbaar en gaat op mensen af
4. Stimuleert verantwoordelijk en oplossingsgericht gedrag
5. Stuurt aan op betrokkenheid en participatie
6. Verbindt individuele en gemeenschappelijke vragen en potenties
7. Werkt samen en versterkt netwerken
8. Beweegt zich tussen verschillende werelden en culturen
9. Signaleert en speelt in op veranderingen
10. Is ondernemend en benut professionele ruimte.

Deze tien competenties zijn kort omschreven op de competentiekaart. Hoe beter je ze beheerst, hoe breder inzetbaar je bent bij het oplossen van individuele vragen of het steunen van bewoners in actief burgerschap. Lees meer over de competenties in de brochure Competenties maatschappelijke ondersteuning. De competenties die hierin beschreven staan, zijn gebaseerd op de Bakens Welzijn Nieuwe Stijl en zijn door het Actieprogramma Professionalisering Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening vastgesteld voor alle sociaal professionals.

Reflectie

Als je wilt weten welke competenties jij hebt, vul dan in vijftien minuten de Wmo reflectietool in. Je ziet dan ook welke competenties je nog verder kunt ontwikkelen. Dit leerpakket kun je gebruiken voor verdere ontwikkeling van elke competentie.

Sociaal werker: breed begrip

De maatschappelijk werker, de opbouwwerker, de sociaal cultureel werker of de jongerenwerker worden steeds vaker als ‘de sociaal werker’ aangeduid. In wijkteams vind je ook andere beroepen, zoals de schuldhulpverlener, de wijkverpleegkundige, de GGZ agoog of de jeugdzorgwerker. Deze hebben eigen competentieprofielen. Voor jeugdprofessionals in de wijk zijn tien taken omschreven:

  1. Werken vanuit een netwerk
  2. Ondersteunen van pedagogische basisvoorzieningen
  3. Aansluiten bij de vraag en werken op maat
  4. Helpen een (gezins)plan op te stellen
  5. Versterken eigen kracht
  6. Versterken van de opvoeding en ontwikkeling
  7. Optreden bij onveiligheid en crisissituaties
  8. Inzetten specialistische hulp
  9. Versterken van functioneren op andere domeinen
  10. Afstemmen van de hulp.